Interview with Josien Beltman
Tijdens de laatste PROMO voor de zomervakantie is er, na het noeste werken van enkele voorafgaande kandidaten, vooral gespeeld in NP3. Althans, dat zou je kunnen afleiden uit de visie van Rik Möhlmann - de ‘artist in residence’ in kwestie - op zijn kunstenaarschap. Zijn video’s die een knip- en plakwerk zijn van geluiden en veelal ‘geleende’ beelden, zou men kunnen opvatten als een manier om ingesleten kijk- en denkpatronen eventjes te doen wankelen. Het is spelen op een professioneel niveau, aldus Möhlmann, om de mensheid los te weken van het starre hokjesdenken, al is het maar voor een kort moment….
Gedurende PROMO heb je voornamelijk filmpjes gemaakt voor op internet en een groot deel van je oeuvre bestaat uit video’s. Toch noem je jezelf geen videokunstenaar, maar mediakunstenaar. Waarom kies je voor dat laatste?
Daarvoor zijn twee redenen. Ten eerste gebruik ik naast video ook andere media voor mijn werk. Ik maak bijvoorbeeld muziek, soms als onderdeel van een video, maar ook als een opzichzelf staande uiting. Zo heb ik zogenaamde audiomassages gegeven. Daarbij maakte ik met huis-, tuin- en keukenobjecten zachte geluiden rondom het hoofd en bij de oren van iemand. Ten tweede ben ik ook zeer geïnteresseerd in het fenomeen ‘medium’. Bij mediakunst denkt men misschien al snel aan nieuwe media en daar maak ik zelf ook veel gebruik van, maar een schilderij of een grotschildering is ook een medium. Juist de wijze waarop verschillende media zich ontwikkeld hebben en hoe ze elkaar zijn opgevolgd vind ik interessant. Evenals de vraag ‘wat is een medium?’. Vroeger probeerde men met het maken van een schilderij zo dicht mogelijk de werkelijkheid te benaderen. Maar vervolgens ontdekt men de fotografie, waarmee men de illusie dat men door een kader naar de werkelijkheid kijkt nog beter weet te vangen. En nog later is daar film, waarmee door toevoeging van beweging en geluid de grens tussen afbeelding van de werkelijkheid en de werkelijkheid zelf nog meer lijkt te zijn beslecht. Hieruit blijkt ook dat een medium transparant probeert te zijn en een zo objectief mogelijk venster op de werkelijkheid wil bieden, maar tegelijkertijd staat juist het medium een zuivere, objectieve kijk in de weg. Het schilderij lijkt een doorkijkje te zijn naar de ons omringende wereld, maar uiteindelijk is het slechts verf. Deze ‘verdubbeling’ vind ik erg interessant.
Tijdens je studietijd aan de Academie Minerva ben je begonnen met het maken van video’s. In het begin schoot je zelf veel materiaal, dat je vervolgens combineerde met zogenaamde ‘gevonden’ beelden. Maar de laatste tijd werk je steeds meer met bestaand materiaal dat je van internet haalt. Het zijn veelal korte collage-achtige films van rond de vijf minuten met veel bewegelijke beelden, waarbij je vaak zelf geluid hebt gemaakt of ander geluid er onder hebt gezet. Hiervoor sprak je over een verdubbeling waarbij media pretenderen een objectieve kijk te geven, maar tegelijkertijd wordt deze blik gevormd door dezelfde media, waardoor ze per definitie niet objectief kunnen zijn. Hoe komt deze fascinatie terug in je eigen werk?
Ik probeer deze verdubbeling aan het licht te brengen door juist fragmenten uit verschillende bronnen naast elkaar te leggen en ze met elkaar te confronteren. Cinema kan erg goed de illusie van objectiviteit opwekken en in stand houden, omdat je naar één samenhang kijkt, door de bril van een regisseur. Maar op het moment dat je twee films elkaar ontmoeten, valt op dat het twee interpretaties zijn. Voor mijn eindexamen heb ik bijvoorbeeld een video gemaakt getiteld My Little Nijlpaard (2006). Deze bestaat uit veelal zelfgeschoten beelden van onder andere ballen in een rivier, een nijlpaard in een aquarium en dronken mensen. Later heb een re-enactment van deze video gemaakt door op internet op zoek te gaan naar zo gelijkend mogelijke beelden (My Little Nijlpaard (Reenactment), 2008). Hoewel het een soort re-make is, is het toch een hele andere video geworden met een totaal andere sfeer. Wat ik eigenlijk steeds doe is fragmenten uit verschillende bronnen verzamelen, deze naast elkaar leggen en met elkaar laten botsen. Je laat zien dat informatie altijd een interpretatie is van degene die het uitzend of ontvangt. Je kan overigens nooit een boodschap communiceren los van een medium. Ik vind het leuk om fragmenten te verzamelen waarin de mogelijkheid zit om je bewust te worden van die verdubbeling. Zo vind ik het heel mooi als iemand niet helemaal uit zijn woorden komt. Dergelijke fragmenten uit bijvoorbeeld radio-uitzendingen gebruik ik ook; als iemand begint te hakkelen en de woorden in feite geluiden worden.
Je vindt het dus niet interessant om met jouw werk de illusie van objectiviteit op te roepen?
Objectiviteit is een interessant woord. Het impliceert dat iets kan bestaan los van de perceptie van de zender of de ontvanger, wat volgens mij niet kan. Ik ben wel gefascineerd door de manier waarop de
illusie van objectiviteit kan ontstaan, hoe gebruikers van media dat probeerden te doen. Bijvoorbeeld de regisseur Lars von Trier die met zijn zogenaamde Dogma-films een zo realistisch mogelijk beeld probeerde te scheppen. Wat volgens zijn eigen regels dan ook betekende dat je soms een microfoon in beeld zag of dat men een camera zonder statief gebruikte met een zeer bewegelijk beeld als gevolg. Hij zei tegelijkertijd: laten we niet ontkennen dat het film is. Daardoor ontstaat er ook weer een mooie verwarring: is het een ‘echte’ situatie waar toevallig iemand met een camera bij was, of is het geënsceneerd? Ik heb zelf veel home video’s gemaakt met de handycam. Door het schokkerige effect lijkt het heel ‘echt’, maar tegelijkertijd word je daardoor geconfronteerd met de aanwezigheid van de camera. Deze paradox zoek ik vaak op in mijn eigen werk.
Nu we het toch over ‘echt’ en ‘illusie’ hebben, één van de stappen die je tijdens PROMO hebt genomen is het publiceren van filmpjes op je eigen You Tube-account Thou Tubus. Daarbij doe je aanpassingen aan bestaande filmpjes en deze interventies plaats je vervolgens terug als video-reactie. Is het internet voor jou als kunstenaar op dit moment een interessantere plek dan de ‘echte’ fysieke werkelijkheid?
Niet zozeer. Ik vind het juist wel interessant om die twee werelden naast elkaar te zien. Internet wordt steeds belangrijker als ontmoetingsplek, het is het nieuwe raam op de wereld. Maar ik vraag me ook af of internet wel een andere wereld is. Uit de manier waarop je je vraag stelt, blijkt al dat je uit gaat van een virtual reality ten opzichte van de werkelijkheid, terwijl het natuurlijk onderdeel is van die werkelijkheid. Maar op het internet zie je ook veel reflecties van het dagelijks leven en andersom. Beide werelden veranderen elkaar zodanig dat ze elkaar overlappen. Ik zie wel een groei zie in het aandeel dat het internet heeft in relatie tot hoe we de wereld om ons heen ervaren. Ken je Grand Theft Auto? Dat is een non-lineair computerspel waarbij je door de stad dwaalt om auto’s te stelen. Toen ik dat een periode veel speelde, merkte ik dat ik vlak na het spelen in een bepaalde modus terecht kwam: tijdens het fietsen ging ik moeilijke stoepjes nemen of ik bespeurde de neiging om mensen uit hun auto te trekken voor een joyride. Er treedt een vervaging op.
Eerder kwam al naar voren dat je naast beeld ook veel bezig bent met geluid. Je gebruikt beelden waar je andere audiofragmenten onderzet of je probeert een bepaald geluid na te maken: onder een stukje film van een stromende rivier hoort men het geluid van klotsend water dat je bijvoorbeeld hebt verkregen door knikkers in een teiltje te gooien. Welke rol speelt het geluid ten opzichte van het beeld?
Ook hier vind ik weer het verschil tussen beiden interessant. Maar het is ook boeiend om te zien hoe beeld en geluid elkaar nodig hebben en hoe ze elkaar kunnen vinden. Klanken kunnen een beeld een hele andere lading geven en omgekeerd. De eerste Youtube interventie in NP3 deed ik met een filmpje van een jonge vrouw die op een bed zit en haar blote voeten vlak voor de camera heeft geplaatst. Ze beweegt haar tenen op en neer zonder de intentie te hebben om een ritme aan te geven, maar toen ik het zag had ik meteen een muziekstuk in m’n hoofd. Ik heb er tonen van een accordeon overheen ‘geplakt’ die de beweging van haar tenen volgen. Zonder mijn interventie had het filmpje wel iets erotisch, zoals footfettish video´s voor een specifieke doelgroep bedoeld zijn. Maar met het muziekje eronder wordt het bizar en grappig omdat de oorspronkelijke intentie wordt veranderd.
Ik vind het interessant hoe visuele en auditieve prikkels een hechte relatie aan kunnen gaan terwijl de manier waarop wij er informatie uit aflezen enorm verschilt. In het visuele vinden wij veel meer betekenis. Als je bijvoorbeeld een auto ziet, identificeer je je daar sneller mee. Je denkt bijvoorbeeld: dat zou mijn auto kunnen zijn. Terwijl je dat bij het horen van het geluid van een draaiende motor minder snel zou hebben. Met uitzondering van stemgeluid, staat geluid meer op zichzelf een draagt minder symbolische referenties in uit. Bij geluid moet je meer moeite doen om je voorstelling te maken van wat het is. Het idee voor de audiomassages ontstond toen ik op een ochtend wakker werd in een tent op een camping. Het viel me plots op dat de meeste geluiden zonder een visuele verschijnig niets anders vertellen dan het gekraak, geritsel en getik op zich. Geluid spreekt dan ook een heel ander hersengebied aan dan beeld. Ik geloof ook dat film (beeld) meer impact op ons heeft dan radio. Bij een videoclip is het beeld naar mijn idee vaak dominanter dan het geluid. Beeld zet zich eerder vast in de hersenen, het is plakkeriger en dominanter.
Wat is de belangrijkste stap die hebt genomen of belangrijkste ontwikkeling die je hebt doorgemaakt gedurende PROMO?
Ik ben bezig geweest met het zoeken naar een vorm voor publicatie op het web. Door ingrepen te doen in andersmans video’s en deze terug te plaatsen, onderzoek ik niet alleen een nieuw podium voor mezelf - in de openbare virtuele ruimte in plaats van binnen de veilige muren van de kunstruimte - , maar ook het fenomeen van het plaatsen van een video als reactie. Dat werpt ook de vraag op: wat is de plaats en de rol van beeldende kunst in een tijd waarin er sprake is van overvloed aan beelden; zeg maar gerust beeldinflatie. Misschien dat ik daarom geen nieuwe dingen op internet zet, maar bestaand materiaal recycle.
Heb je wel de behoefte iets te maken waardoor mensen met hun gedachten toch even van het gebaande paadje afgaan?
Ja. Je zou op bepaalde plekken op het internet waar het heel plat is wat diepgang proberen te krijgen. Tegelijkertijd zou je bij hele filosofische dingen een relativerende interventie kunnen doen. Maar dit bevindt zich nog in een pril stadium. Ik registreer de huidige beeldeninflatie, maar ik zie het niet als iets waartegen ik me moet verzetten. Ik wil het aanwijzen, bewuster maken en een spiegel voorhouden, maar niet veranderen.
